UBO-register: moet u zich per 26 juni registreren?

UBO-register: moet u zich per 26 juni registreren?

Vanaf 26 juni 2017 wordt iedere natuurlijke persoon met een aandelenbelang groter dan 25% als UBO geregistreerd, tenminste, als het register dan operationeel is. De EU-lidstaten hebben afgesproken dat zij allemaal een register voor UBO’s (ultimate beneficial owners) instellen, maar er is in Nederland weinig voortgang en de deadline van 26 juni komt razendsnel dichterbij.

Het beeld van weinig voortgang is breed in Europa herkenbaar. In dit bericht informeren wij u allereerst wat dit voor u betekent, wat de risico’s in Nederland zijn van het gebrek aan voortgang en ten slotte welke EU-ontwikkelingen er nog te verwachten zijn rondom het UBO-register.

Wat betekent dit voor u?

Het gebrek aan voortgang levert voor u als dga vooral onzekerheid op. In ieder geval is het raadzaam om te rekenen op registratie van UBO’s vanaf 26 juni 2017.

Het is niet duidelijk wat op welk moment van u wordt verwacht omdat het onduidelijk is of Nederland de deadline van 26 juni gaat halen en wat de exacte invulling van het UBO-register wordt. De EU-richtlijn die het UBO-register voorschrijft, geeft de lidstaten namelijk nogal wat ruimte voor de exacte invulling.

Het zou kunnen dat Nederland alsnog in hoog tempo een UBO-register bouwt dat op tijd klaar is. Het is echter ook mogelijk dat het UBO-register later wordt gelanceerd maar wel de situatie vanaf 26 juni gaat registreren. Dan zou dat betekenen dat uw bedrijf – met terugwerkende kracht – moet aangeven wie op dat moment de UBO was.

Risico’s voor het Nederlandse UBO-register

Nog drie maanden te gaan, Nederland heeft nog geen wetgeving gepubliceerd en alleen maar contouren geschetst. Als Nederland wil voldoen aan de afspraak, dan betekent dat allereerst dat in drie maanden tijd het wetsvoorstel moet worden gepubliceerd én behandeld in de Tweede en Eerste Kamer. En dat is nog niet alles. Ook moet de Kamer van Koophandel (KvK) de IT in orde brengen, moeten de KvK-medewerkers leren werken met het UBO-register en moeten alle betrokken entiteiten (zoals bv’s, nv’s, stichtingen) hun UBO’s opgeven. Er komt dus behoorlijk wat druk op te staan. Het ligt dan voor de hand dat het proces minder zorgvuldig verloopt dan gewenst, bijvoorbeeld bij de behandeling door het parlement.

Dat laatste zou betekenen dat er minder tijd is voor de overweging wat voor een impact het UBO-register heeft op de privacy van de betrokkenen en hoe daar op een goede manier mee kan worden omgegaan.

Het EU-proces raast maar door

Op Europees niveau wordt ondertussen gewerkt aan een verdere aanscherping van het UBO-register.

Omdat het Europese Parlement en de Raad van de EU het in eerste instantie niet eens zijn geworden over het wijzigingsvoorstel van de EU-Commissie, is nu een complexe onderhandelingsprocedure tussen de drie EU-instellingen gestart. Het is dus weer afwachten hoe de uiteindelijke versie van het voorstel eruit komt te zien.

Enkele wijzigingsvoorstellen zijn:

  • verlaag de drempel voor het openbaar maken van de UBO van 25% naar 10% voor alle entiteiten, niet slechts voor beleggingsentiteiten;
  • maak het UBO-register toegankelijk voor iedereen, niet slechts voor personen met een ‘legitiem belang’;
  • lidstaten moeten entiteiten verplichten ontbrekende gegevens aan te vullen of onjuiste informatie te corrigeren.
  • Toegang tot het UBO-register moet in overeenstemming zijn met beschermingsregels voor persoonsgegevens; en
  • alle juridische constructies die qua structuur en functie op trusts lijken – zoals bijvoorbeeld een stichting administratiekantoor (stak) – moeten als trusts behandeld worden.

Nederland is in principe voor transparantie, maar plaatst enkele kritische kanttekeningen bij het voorstel. Bijvoorbeeld bij de verplichting om een apart UBO-register op te tuigen voor trusts en dergelijke constructies. De stak zou daar ook onder komen te vallen.

 

Bron: PwC rapport over UBO-register

 

 

Tags: