Het Hof oordeelt; vrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing bij overdracht aandelen in een onroerend goed-lichaam

Het Hof oordeelt; vrijstelling overdrachtsbelasting van toepassing bij overdracht aandelen in een onroerend goed-lichaam

Indien een vennootschap met onroerend goed binnen de familie wordt overgedragen, dan kan de heffing van overdrachtsbelasting een belemmering zijn. Het Hof heeft recent echter geoordeeld dat bij een overdracht van aandelen in een onroerend-goed lichaam de vrijstelling voor de bedrijfsopvolging van toepassing kan zijn. Een interessante uitspraak in het kader van de overdracht van familie BV’s.

In de betreffende zaak schonk een moeder 100% van de aandelen in een vastgoed BV, met daarin ruim 40 panden en 3 garageboxen, aan haar zoon. De vastgoed BV werd aangemerkt als een onroerend goed-lichaam. Bij overdracht van aandelen is in dat geval in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Echter, de familie was van mening dat bij overdracht van aandelen in een onroerend goed-lichaam ook de bedrijfsopvolgingsregeling kan worden toegepast.

Het doel van de vrijstelling overdrachtsbelasting is om fiscale belemmeringen bij bedrijfsoverdracht binnen familiebedrijven weg te nemen. Als een BV of NV wordt overgedragen aan de volgende generatie in de familie en de onderneming bestaat voor meer dan 50% uit onroerende zaken, dan is de overdracht in beginsel belast met overdrachtsbelasting. De rechtbank en het Hof zijn in bovenstaande casus van mening dat een vrijstelling van overdrachtsbelasting geldt als sprake is van overdracht van aandelen in een materiële onderneming én als de bedrijfsopvolger een direct familielid is (broer/zus, kinderen, kleinkinderen of echtgenoten). Een materiële onderneming is een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die is gericht op deelname aan het economisch verkeer met het oogmerk om winst te halen. Het maakt daarbij volgens de rechtbank niet uit door wie de materiële onderneming wordt gedreven (een IB-onderneming of vennootschap). Het Hof baseert dit op de parlementaire geschiedenis en de structuur van de wet en is van mening dat als een BV of NV een materiële onderneming uitoefent, er geen reden is om deze BV of NV anders te behandelen dan een IB-onderneming.

Uitspraak

Het oordeel van de rechtbank in deze casus? De bedrijfsopvolgingsregeling is erop gericht om fiscale belemmeringen bij overdracht van een familiebedrijf weg te nemen en aangezien binnen de vennootschap sprake was van een materiële onderneming, kwalificeerde de overdracht van deze BV volgens het oordeel van de rechtbank voor de vrijstelling van de overdrachtsbelasting. Het Hof heeft deze uitspraak van de rechtbank bevestigd.

 

 

Relevante externe artikelen:

Notamail (22-08-2017) – Artikel-20170920-102816